Magazine Logo

Er zijn 5 resultaten voor:

Placeholder image

Alexithymie

Alexithymie betekent letterlijk: "geen woorden voor emoties" en verwijst naar de moeilijkheden die mensen kunnen ervaren om emoties te differentiëren van lichamelijke gewaarwordingen. Alexithymie wordt gekenmerkt door een affectieve en een cognitieve dimensie en deze kunnen gemeten worden met de Bermond Vorst Alexithymia Questionnaire. Met deze zelf-rapportageschaal komt de prevalentie van alexithymie bij personen met autisme boven de 50 % uit. We vergelijken de alexithymie scores bij een groep patiënten met een autismespectrumstoornis met reeds gepubliceerde gegevens van Berthoz en Hill (2005). Hierbij valt vooral de grote variatie op in gerapporteerde moeilijkheden met het verwoorden en cognitief verwerken van emoties en van de mate waarin personen met autisme hun verbeeldingskracht gebruiken. Personen met autisme zijn op het gebied van alexithymie een heterogene groep.

1-12-2012 - Jan Scholiers
Editie 4 - 2012
WTA
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

ASS in breder perspectief

Kinderen met autismespectrumstoornissen (ASS) hebben vaak last van angstsymptomen of zelfs angststoornissen. Omgekeerd laten kinderen met angststoornissen meer ASS-symptomen zien in vergelijking met kinderen uit de normale populatie. Het doel van de huidige studie was om drie groepen kinderen met elkaar te vergelijken: kinderen uit de normale populatie (n = 42), kinderen met angststoornissen (n = 42) en kinderen met PDD-NOS en tenminste één comor-bide angststoornis (n = 50). ASS-symptomen werden gemeten met de Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag bij Kinderen (VISK) en het Autisme Diagnostisch Interview -Revisie (ADI-R). Het bleek dat kinderen met angststoornissen meer ASS-symptomen lieten zien dan kinderen uit de normale populatie, maar minder dan kinderen met PDD-NOS. Subgroep analyses lieten zien dat het onderscheid tussen het wel of niet hebben van een ASS classificatie het beste gemaakt kon worden op basis van de ADI-R scores met betrekking tot het sociale domein. De resultaten en beperkingen van de studie worden besproken en bediscussieerd.

1-12-2012 - Drs. Francisca J.A. van Steensel, Dr. Esther I. de Bruin en Prof. Dr. Susan M. Bögels
Editie 4 - 2012
WTA
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Het beloop van autismespectrumstoornissen

In de huidige bijdrage worden vier casussen beschreven die inzicht geven in hoe kinderen, die op de basisschoolleeftijd gediagnosticeerd zijn met een Pervasieve Ontwikkelingsstoornis - Niet Anderszins Omschreven (PDD-NOS), zich gedurende de adolescentie ontwikkelen. Zowel de kenmerken van de autismespectrumstoornis (ASS) als bijkomende internaliserende en externaliserende problemen komen aan bod. Geen enkel kind met een autismespectrumstoornis (ASS) is hetzelfde. De ernst en hoeveelheid van symptomen variëren sterk tussen kinderen met ASS (Constantino, et al., 2004; Happe & Frith, 2006; Happe, Ronald, & Plomin, 2006; Volkmar, State, & Klin, 2009). Niet alleen binnen deze groep kinderen bestaan verschillen, ook per kind kunnen deze symptomen variëren: wanneer kinderen ouder worden, kunnen nieuwe problemen op de voorgrond treden, terwijl andere symptomen naar de achtergrond schuiven of zelfs verdwijnen (Van Geert & Van Dijk, 2002).

1-12-2012 - Anneke Louwerse, Mart Eussen, Kirstin Greaves-Lord
Editie 4 - 2012
WTA
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Neurofeedbackbehandeling bij kinderen en jongeren met autisme

Neurofeedback is een relatief nieuwe behandelmethode die is gericht op het beïnvloeden van de eigen hersenactiviteit. De toepassing van deze techniek bij kinderen en jongeren met een autismespectrumstoornis (ASS) is controversieel. In drie opeenvolgende studies heb ik de effecten van neurofeedback onderzocht op de klinisch symptomen van ASS, executieve functies van kinderen en jongeren met ASS en hun EEG activiteit. In toenemende mate is gecontroleerd voor mogelijke effecten van de selectie van deelnemers en verwachtingen van deelnemers en hun ouders en voor non-specifieke effecten van neurofeedback zoals het intensieve contact tussen deelnemer en therapeut en de training van aandacht- en concentratievaar-digheden tijdens de neurofeedbacksessies. In alle studies bleek dat een substantieel deel van de kinderen en jongeren met ASS in staat was om tijdens de sessies de overmatige hoeveelheid trage hersengolven te verminderen, hetgeen een positief effect had op de mentale schakelvaardigheid, ook wel cognitieve flexibiliteit genoemd. Het effect op de klinisch symptomen van ASS was minder duidelijk: ouders rapporteerden in twee van de drie studies een afname van de bedoelde symptomen. Vervolgonderzoek is nodig om een definitieve uitspraak te kunnen doen over het effect van neurofeedback op klinische symptomen van ASS.

1-12-2012 - Dr. Mirjam E.J. Kouijzer
Editie 4 - 2012
WTA
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Placeholder image

Psychofysiologisch onderzoek

Voorlopig is er nog geen effectieve behandeling voor de kernproblemen die de autismespectrumstoornissen kenmerken. Tot deze kernproblemen behoren o.a. een sterke beperking in het vermogen om de gevoelens van een ander te ervaren (affectieve empathie) en het vermogen om zich in een ander te verplaatsen door zich een voorstelling te maken van zijn of haar gedachten en gevoelens; d.w.z. door deze te ‘mentaliseren’ (cognitieve empathie)1,2. Nu heeft een hele reeks recente studies kunnen laten zien dat het neuropeptide Oxytocine bij gezonde personen het aan empathie gerelateerde prosociaal gedrag versterkt.3,4 Oxytocine wordt aangemaakt in de hypothalamus en circuleert in de hersenen via het neurohypofyse systeem. Het komt in verhoogde mate vrij tijdens de bevalling, faciliteert de lactatie en bevordert de hechting met het kind. Inmiddels is aangetoond dat Oxytocine bij zowel vrouwen als mannen ervoor zorgt dat we ons opener opstellen in het contact met anderen en dat het de sociale cognitie vergroot. Omdat Oxytocine van nature wordt aangemaakt als we lichamelijk contact hebben, wordt het ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd. In de uitgevoerde onderzoeken werd Oxytocine middels een neusspray toegediend.

1-12-2012 - Dr. M. Althaus, Dr. Y. Groen, Drs. F. Calgagnoli
Editie 4 - 2012
WTA
  • Samenvatting

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • HTML

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

  • PDF

    Het voledige artikel is beschikbaar na het afnemen van een abonnement. Abonneren

Gerōn

Op deze site vindt u een statisch archief van het tijdschrift Geron, over ouder worden en samenleving en het werken met en voor ouderen. Gerôn biedt een platform voor discussie en geeft informatie over het ouder worden en het werken met en voor ouderen. Het tijdschrift Gerôn is zijn tiende jaargang ingegaan met een nieuwe uitgever: Uitgeverij SWP. Het eerste nummer van de nieuwe jaargang is verschenen op 18 maart 2008. Geron wordt op dit moment uitgegeven door Bohn Stafleu van Loghum (www.bsl.nl)



Ouderschapskennis

Ouderschapskennis, voor opvoedondersteuners en ouderbegeleiders, is een tijdschrift voor de studie van ouderschap en ouderschapsproblematiek. De redactie van Ouderschapskennis weet uit ervaring wat de dagelijkse dilemma’s op de werkvloer van ouders, ouderbegeleiders en opvoedondersteuners zijn.

Naar de Ouderschapskennis site.



Waardenwerk

Tijdschrift Waardenwerk richt zich op het onderzoeken en ondersteunen van werken aan waarden op drie, onderling samenhangende niveaus: het niveau van de persoonlijke bestaansethiek, het niveau van werk en professioneel handelen en het niveau van organiseren en besturen.


Naar de Waardenwerk site.



Participatie en Herstel

‘Participatie en Herstel’ is een voortzetting van het Tijdschrift voor Rehabilitatie en Herstel. Het richt zich op ondersteuning van maatschappelijk herstel, sociale inclusie en het tegengaan van maatschappelijke uitsluiting van mensen met een verslaving of met forensische problematiek.



Participatie en Herstel.